Artikel 10 Woongebied - Uit te werken
10.1 Bestemmmingsomschrijving
De voor 'Woongebied - Uit te werken' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a. het wonen inclusief aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
-
b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, parkeervoorzieningen, tuinen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, verblijfsgebied, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
10.2 Uitwerkingsregels
Burgemeester en wethouders zijn verplicht de bestemming uit te werken, met inachtneming van de volgende regels:
-
a. bij uitwerking van de bestemming dient rekening te worden gehouden met het stedenbouwkundig plan Rijnpark als bijgevoegd in bijlage 2 bij deze regels;
-
b. het totaal aantal woningen binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 253, met dien verstande dat de 'specifieke bouwaanduiding 9' van dit aantalt woningen geen onderdeel uitmaakt. Het aantal van 253 woningen mag worden verhoogd tot maximaal 265 woningen indien en voor zover dit noodzakelijk blijkt voor een rendabele exploitatie van ontwikkelingsgebied, danwel vanuit stedenbouwkundig of volkshuisvestelijk belang, en voor het overige wordt voldaan aan de uitwerkingsregels;
-
c. het percentage woningen dat via particulier opdrachtgeverschap tot stand wordt gebracht bedraagt minimaal 10% van het onder b genoemde aantal woningen;
-
d. het percentage sociale woningbouw bedraagt minimaal 25% en maximaal 35% van het onder b genoemde aantal woningen;
-
e. het bepaalde onder d geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 9';
-
f. per jaar mogen maximaal 50 woningen worden gebouwd; het aantal mag worden verhoogd tot maximaal 55 woningen per jaar indien en voor zover dit noodzakelijk blijkt voor een rendabele exploitatie van ontwikkelingsgebied, danwel vanuit stedenbouwkundig of volkshuisvestelijk belang, en voor het overige wordt voldaan aan de uitwerkingsregels;
-
g. binnen 5 m aan weerszijden van de aanduidingsgrenzen tussen de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding 8', 'specifieke bouwaanduiding 6','specifieke bouwaanduiding 7', 'specifieke bouwaanduiding 9' en 'specifieke bouwaanduiding 1' moet worden voorzien in een ontsluiting;
-
h. binnen 5 m aan weerszijden van de aanduidingsgrenzen tussen de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding 4' en 'specifieke bouwaanduiding 3' moet worden voorzien in een ontsluiting;
-
i. voor zover ter plaatse een gevellijn is aangegeven mag de gevel van het hoofdgebouw de gevellijn niet overschrijden;
-
j. de woningen mogen aaneengesloten, twee- aan-een, vrijstaand of gestapeld worden gebouwd;
-
k. in afwijking van het bepaalde onder j mogen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld uitgesloten' geen gestapelde woningen worden gebouwd;
-
l. in afwijking van het bepaalde onder j mogen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' alleen vrijstaande woningen worden gebouwd;
-
m. in afwijking van het bepaalde onder j mogen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' de woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd;
-
n. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m in geval van gestapelde woningen;
-
o. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 12 m in geval van grondgebonden woningen;
-
p. in afwijking van het bepaalde onder n mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-1' de bouwhoogte van het hoofdgebouw of hoofdgebouwen maximaal 16 m bedragen;
-
q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding' gelden, met inachtneming van het bepaalde onder b, c en d voorts de volgende bepalingen:
| Specifieke bouwaanduiding
|
Minimum aantal woningen
|
Maximum aantal woningen
|
| 1
|
18
|
26
|
| 2
|
15
|
21
|
| 3
|
28
|
42
|
| 4
|
28
|
42
|
| 5
|
24
|
37
|
| 6
|
20
|
30
|
| 7
|
28
|
40
|
| 8
|
43
|
63
|
| 9
|
-
|
8
|
-
r. er moet worden voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid en de parkeernorm;
-
s. er moet worden voorzien in voldoende ruimte voor oppervlaktewater;
-
t. er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor ontsluiting van aangrenzende gebieden;
-
u. de aangrenzende bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt in de bedrijfsvoering;
-
v. gevoelige bestemmingen dienen zodanig te worden geprojecteerd dat ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat; hierbij worden in principe de richtafstanden, zoals opgenomen in Bedrijven en milieuzonering, VNG, 2009, gehanteerd, tenzij uit onderzoek blijkt dat de hinder van het betrokken bedrijf zodanig is dat een kortere afstand in acht kan worden genomen;
-
w. geluidsgevoelige bestemmingen dienen zodanig te worden geprojecteerd, dat zij kunnen worden gerealiseerd onder zodanige voorwaarden dat wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit en de Wet geluidhinder, danwel dat er voor de geluidsgevoelige bestemming een ontheffing hogere grenswaarden op basis van de Wet geluidhinder kan worden verleend.
10.3 Bouwregels
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd tot het moment dat het plan voor de betreffende gronden is uitgewerkt in de zin van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en het desbetreffende uitwerkingsplan in werking is getreden.
10.4 Afwijking van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 10.3 en een omgevingsvergunning verlenen voor binnen de bestemming passende bouwwerken, indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en zijn plaats binnen het bestemmingsvlak in overeenstemming is, dan wel op verantwoorde wijze kan worden ingepast, in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor ter inzage gelegd ontwerp.