<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="IMRO-PT.css" type="text/css"?>
<plantekst xsi:schemaLocation="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1 http://schemas.geonovum.nl/imro/pt/2008/1.0//IMRO-PT2008.xsd" identificatie="NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01" xmlns:xl="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:imropt="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1" xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
	<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
	<verwijzingNaarPlangebied xl:type="simple" xl:href="NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01.gml"/>
	<verwijzingNorm>IMRO2008</verwijzingNorm>
	<verwijzingNorm>PRPT2008</verwijzingNorm>
	<autonummering>true</autonummering>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s0">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>1</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>De Tweeklank</titel>
		<objectType>document</objectType>
		<objectNiveau>0</objectNiveau>
		<ouderId></ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s1">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>2</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Toelichting</titel>
		<objectType>toelichting</objectType>
		<objectNiveau>1</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s0</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s3">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>3</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Inleiding</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s4">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>4</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.1</nummer>
		<titel>Aanleiding en doel</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de vervangende nieuwbouw van het bestaande, verouderde schoolgebouw van R.K. basisschool De Tweeklank op de locatie Da Costasingel 42 te Hazerswoude-Rijndijk. Het betreft een centraal gelegen, goed bereikbare school met een schoolplein dat ook na schooltijd een belangrijke functie voor de jeugd vervult.</p>
			<p>De nieuwbouw moet niet alleen voorzien in een nieuwe accommodatie voor de R.K. basisschool 'De Tweeklank', maar ook ruimte bieden aan een buitenschoolse opvang van Stichting Kinderopvang Alphen aan den Rijn. Zodoende betreft het hier de nieuwbouw van een brede school, die zal bestaan uit dertien leslokalen voor het basisonderwijs en drie lokalen voor de buitenschoolse opvang.</p>
			<p>Voor de realisatie van deze ontwikkeling is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Op basis van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening wordt hiervoor een nieuw bestemmingsplan opgesteld.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s5">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>5</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.2</nummer>
		<titel>Ligging en begrenzing plangebied</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het plangebied betreft het perceel Da Costasingel 42 te Hazerswoude Rijndijk, kadastraal bekend als gemeente Hazerswoude, sectie B, nummer 2440 en het omringende openbaar gebied met nummer 3900. Het plangebied bevindt zich in het centrumgebied van Hazerswoude-Rijndijk en wordt begrensd door de Herman Gorterstraat aan de noordzijde, de Potgieterlaan aan de zuidzijde, de Willem Kloosstraat aan de westzijde en het water aan de Da Costasingel aan de oostzijde. Aan de zuid- en oostzijde sluiten de plangrenzen aan op het bestemmingsplan "Hazerswoude-Rijndijk 2008".</p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0001.jpg" width="490" height="402" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 1.1: ligging van het plangebied </em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s6">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>6</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.3</nummer>
		<titel>Vigerende plannen</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor het gebied aan de Da Costasingel is het bestemmingsplan "Rhynenburch 1980" van kracht. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad op 21 mei 1981 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 29 juni 1982. Het terrein van het huidige schoolgebouw heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming "Openbare en bijzondere doeleinden" waarbinnen gebouwen ten dienste van onderwijs zijn toegestaan. Omdat de situering van het nieuwe schoolgebouw en schoolplein en de bebouwingsbepalingen niet overeen komen met het bestemmingsplan, is voor de nieuwbouw van de brede school een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.</p>
			<p>Ook een aanpassing van de bouwregels ten aanzien van deze bestemming is nodig om het stedenbouwkundig ontwerp van de nieuwbouw mogelijk te maken. Het betreft hier een versoepeling van de regels ten aanzien van de maximale goothoogte en het maximaal toegestane bebouwde oppervlak.</p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0002.png" width="491" height="363" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Figuur 1.2: uitsnede van het bestemmingsplan "Rhynenburch 1980" ter hoogte van de </em>
				<em>basisschool aan de Da Costasingel</em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s8">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>7</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1.4</nummer>
		<titel>Leeswijzer</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s3</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s27">2</imropt:interneVerwijzing> presenteert een planbeschrijving van het gebied. Deze planbeschrijving gaat in op de ruimtelijke- en functionele structuur van het gebied in het verleden, het heden en de toekomst. Dit wordt gevolgd door een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor de planontwikkeling in hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s9">3</imropt:interneVerwijzing>. Hierbij wordt ingegaan op het ruimtelijk- en onderwijsbeleid van het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rijnwoude. De gemeentelijke beleidsdocumenten komen hier beknopt aan bod. In hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s39">4</imropt:interneVerwijzing> worden de relevante omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s52">5</imropt:interneVerwijzing> wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling. Hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s58">6</imropt:interneVerwijzing> bevat de paragraaf over de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s185">7</imropt:interneVerwijzing> wordt het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening behandeld en de resultaten van de gehouden inspraak. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s27">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>8</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Planbeschrijving</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Dit hoofdstuk gaat in op de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied in het heden en in de toekomst.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s28">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>9</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.1</nummer>
		<titel>Bestaande ruimtelijke structuur</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s27</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De Tweeklank is een basisschool in het centrumgebied van Hazerswoude-Rijndijk. Aan de aangrenzende Herman Gorterstraat (ten noorden) en de Willem Kloosstraat (ten westen) staan flatgebouwen met een hoogte van respectievelijk drie en vier verdiepingen. Voor de flats aan de westzijde van de school zijn parkeerplaatsen gesitueerd. Aan de Potgieterlaan zijn aan de zuidzijde woningbouw van twee lagen plus kap en een groenstrook aanwezig. Ten oosten van de Da Costasingel is een door groen geflankeerde waterpartij (singel) aanwezig. Deze maakt gedeeltelijk onderdeel uit van het plangebied. </p>
			<p>Op het perceel zijn geen monumentale bomen aanwezig. Het hoofdgebouw van de basisschool bestaat grotendeels uit twee bouwlagen. Het bijgebouw bestaat uit één bouwlaag. In figuur 2.1 is vanaf de Potgieterlaan vooraan het hoofdgebouw en daarachter een kleiner bijgebouw met daar tussenin een speelplaats te zien.</p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0003.jpg" width="480" height="312" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.1: bestaande ruimtelijke structuur De Tweeklank. </em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s164">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>10</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.2</nummer>
		<titel>Bestaande functionele structuur</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s27</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De flatgebouwen aan de Herman Gorterstraat en de Willem Kloosstraat zijn bestemd voor wonen. De Da Costasingel is een groene as in het midden van het dorp met sport-, winkel- en onderwijs voorzieningen. De Potgieterslaan is een ontsluitingsweg voor de buurt waaraan ook gewoond wordt. Ter plaatse van De Tweeklank maakt de groene zone een knik zoals te zien is in figuur 2.2. <em> </em>
			</p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0004.png" width="474" height="408" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.2: overzicht van de bestaande ruimtelijk structuur van plangebied en </em>
				<em>omgeving.</em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s34">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>11</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3</nummer>
		<titel>Toekomstige situatie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s27</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s35">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>12</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.1</nummer>
		<titel>Ruimtelijke en functionele structuur</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s34</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De dorpskern Hazerswoude-Rijndijk zal in de komende jaren uitbreiden; aan de westzijde van de Gemeneweg wordt in het Westvaartpark een nieuwe woonwijk ontwikkeld en halte gemaakt voor de Rijn Gouwe Lijn. Wat westelijker komt in Groenendijk een woonwijk met ongeveer 750 woningen. Deze uitbreidingen zijn het gevolg van de herontwikkeling van de Oude Rijnzone. Deze vernieuwingsplannen geven de mogelijkheid het voorzieningenaanbod in het centrumgebied aan de toekomstige eisen te laten voldoen wat betreft kwaliteit en omvang. In de praktijk betekent dat meer winkels en betere onderwijs- en zorgvoorzieningen zullen worden gerealiseerd.</p>
			<p>In 2006 zijn een verkenning en een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheden voor het centrum uitgevoerd. Hierover verscheen in mei 2006 het rapport 'Een steen in de vijver'. Dit rapport bood voldoende aanknopingspunten om de plannen verder uit te werken in een masterplan; dit is in 2007 opgesteld. Nadat duidelijk werd welke financiële gevolgen dit heeft voor Rijnwoude, is door gemeenteraad bepaald dat dit plan geen doorgang zal hebben.</p>
			<p>In de komende periode wordt gewerkt aan een alternatief plan voor het centrumgebied. Dit betekent dat wordt onderzocht welke nieuwbouw- en verbouwmogelijkheden er zijn voor het winkelgebied Da Costasingel/Willem Kloosstraat.</p>
			<p>Hiernaast wordt in samenwerking met de directie van De Tweeklank de nieuwbouw voor de brede school opgepakt. Bij deze planvorming worden de relevante partijen zoals ondernemers en schoolbesturen tijdig betrokken</p>
			<p>De gemeente zet in op de versterking van dit centrumgebied, waarbij uit wordt gegaan van divers, efficiënt  en intensief ruimtegebruik, rekening houdend met cultuurhistorische waarden (Structuurvisie Rijnwoude 2020).</p>
			<p>Om de vervangende nieuwbouw van De Tweeklank mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het betreft hier een zogenaamd "postzegelplan". Dergelijke plannen hebben een beperkt oppervlak en worden opgesteld om een specifiek project mogelijk te maken, in dit geval de sloop en nieuwbouw van de basisschool De Tweeklank en de toevoeging van de voorziening voor buitenschoolse opvang. </p>
			<p>Ter plaatse van het plangebied wordt een brede school opgericht. De twee appartementengebouwen aan de Willem Kloosstraat en Herman Gorterstraat vormen samen een komvormige stedenbouwkundige ruimte, waarin de huidige en ook straks de nieuwe basisschool De Tweeklank gelegen is. </p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0005.png" width="466" height="450" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.3: schetsontwerp van de nieuwbouw van de basisschool De Tweeklank.</em>
			</p>
			<p>Zoals eerder aangegeven maakt de groene zone ter plaatse van De Tweeklank een knik. De speelplaats van het nieuwe ontwerp wordt omzoomd door bomen en volgt de bestaande knik in aanwezige groene zone in dit gebied zoals geïllustreerd is in afbeelding 2.4. </p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0006.png" width="463" height="463" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.4: Bestaande knik in groene zone in het plangebied.</em>
			</p>
			<p>Uit oogpunt van veiligheid is het raadzaam om het autoverkeer en voetgangers- en fietsverkeer zoveel mogelijk van elkaar te scheiden rond de school. Voor het autoverkeer is op de Potgieterlaan alleen een west-oostverbinding mogelijk. Het stimuleren van fietsgebruik en het maken van veilige fiets- en voetgangersroutes is uitgangspunt en staat centraal bij de verdere uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte. Hier wordt in paragraaf <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s301">2.3.4</imropt:interneVerwijzing> verder op ingegaan. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s166">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>13</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.2</nummer>
		<titel>Stedenbouwkundig ontwerp</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s34</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De nieuwe De Tweeklank krijgt een stevige rug van metselwerk, die de vorm van de appartementen volgt, en die in deze komvormige ruimte een nieuw plein vormt aan zowel de Da Costasingel als de Potgieterlaan. De rug van metselwerk omvat vier clusters van vier lokalen op beide verdiepingen, die rond een speellokaal en aula gelegen zijn, die in de school een binnenplein vormen. De materialen en kleuren zijn warm en helder en in de naschoolse opvang zelfs huiselijk. Hieronder in afbeeldingen 2.5 t/m 2.7 volgen de artist impressions van het nieuwe gebouw. </p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0007.png" width="469" height="259" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.5: Impressie van de school vanaf de Da Costasingel hoek Herman Gorterstraat.</em>
			</p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0008.png" width="470" height="253" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.6: Impressie van de school vanaf de Da Costasingel met het nieuwe speelplein </em>
				<em>en buurtplein op de hoek.</em>
			</p>
			<p></p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0009.png" width="472" height="244" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 2.7: Impressie van de school vanaf de hoek Da Costasingel en Potgieterlaan met </em>
				<em>het nieuwe speelplein en buurtplein op de hoek.</em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s304">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>14</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.3</nummer>
		<titel>Bezonningsonderzoek</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s34</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Er is een bezonningsonderzoek gedaan naar de gevolgen van het nieuwe ontwerp voor De Tweeklank en de direct omliggende woningen aan de Herman Gorterstraat en de Willem Klooslaan. Geconcludeerd kan worden dat de omliggende woningen gedurende de vier seizoenen nagenoeg geen schaduw ondervinden van het nieuwe gebouw. Alleen op de kortste dagen van het jaar (in december) ontstaat er in de vroege ochtens enige schaduw links onderin op het appartementengebouw aan de Herman Gorterstraat. De hinder is minimaal, dit omdat er op de begane grond van dit complex niet wordt gewoond. Het bezonningsonderzoek is in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s310">1</imropt:interneVerwijzing> bij de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s301">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>15</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.4</nummer>
		<titel>Verkeer</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s34</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s302">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>16</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.4.1</nummer>
		<titel>Bereikbaarheid en leefbaarheid</titel>
		<objectType>subsubparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s301</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Langs de oostzijde van De Tweeklank ligt de Da Costasingel. Een wijkontsluitingsweg die, evenals de Melkweglaan, de achterliggende wijken naar de Rijndijk ontsluit. Tijdens de marktdagen neemt de Willem Kloosstraat deze functie over. De Da Costasingel heeft op dit moment een verkeersintensiteit van circa 4.400 motorvoertuigen per etmaal waarvan circa 600 in de ochtendspits (7:00 uur - 9:00 uur). De verwachting is dat dit de komende jaren nauwelijks zal toe- of afnemen. De Potgieterlaan heeft niet het profiel om doorgaand verkeer te faciliteren. Er zijn daarom enkele jaren geleden maatregelen getroffen om verkeer in deze straat te ontmoedigen. Daarom moet voorkomen worden dat de herinrichting van De Tweeklank leidt tot extra verkeer over de Potgieterlaan richting de Gemeneweg. Ook moet tijdens marktdagen de Willem Kloosstraat bereikbaar blijven voor verkeer van en naar de achterliggende wijken.</p>
			<p>In de huidige situatie is het aantal parkeerplaatsen direct rondom de school beperkt. Vanwege de locatie van de school, dichtbij woningen en de winkelstrip, alsmede de korte piektijd tijdens brengen en halen van kinderen, is het uitwisselen van parkeerplaatsen ten behoeve van de verschillende functies goed mogelijk. Een toename van het aantal parkeerplaatsen is vanuit het oogpunt van behoud van de kwaliteit en leefbaarheid in de openbare ruimte en de beperkte periode waarin in de parkeerbehoefte moet worden voorzien, niet wenselijk. Omdat de school meer leerlingen zal gaan huisvesten, zal de vraag naar parkeerplaatsen echter niet afnemen. Het areaal aan parkeerplaatsen nabij de school dient daarom minimaal gelijk te blijven. Het faciliteren en stimuleren van het (veilig) gebruik van de fiets is daarbij ook een voorwaarde. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s303">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>17</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2.3.4.2</nummer>
		<titel>Verkeersveiligheid</titel>
		<objectType>subsubparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s301</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Zeker bij een school is er behoefte aan een veilige verkeersomgeving voor fietsers en voetgangers. De functies van de omliggende wegen en de parkeerbehoefte leveren restricties bij het ontwerpen van de openbare ruimte. Het ontwerp van de openbare ruimte dient binnen het plangebied zodanig te zijn dat de school op veilige wijze bereikbaar is voor zowel ouders als kinderen. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s9">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>18</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Beleidskader</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Dit hoofdstuk gaat in op het beleidskader dat van belang is voor de functionele en ruimtelijke aspecten die worden vastgelegd in dit bestemmingsplan en waarbinnen de voorziene ontwikkelingen in het plangebied moeten passen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s10">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>19</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1</nummer>
		<titel>Rijksbeleid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s9</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s169">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>20</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.1</nummer>
		<titel>Nota Ruimte (2006)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het belangrijkste ruimtelijke beleidskader op rijksniveau wordt gevormd door de Nota Ruimte. Op grond van art. 9.1.2 lid 1 van het overgangsrecht bij de Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt deze planologische kernbeslissing aangemerkt als Rijksstructuurvisie.</p>
			<p>De Nota Ruimte is een nota van het Rijk, waarin de principes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland vastgelegd zijn. In de Nota Ruimte gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een belangrijke rol speelt. Onderwerpen die aan bod komen zijn: wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie.</p>
			<p>Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen:</p>
			<ul>
				<li>versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;</li>
				<li>bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;</li>
				<li>borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;</li>
				<li>borging van de veiligheid.</li>
			</ul>
			<p>Het rijk wil zich niet meer met alles bemoeien en wil strategisch op hoofdlijnen sturen. Decentrale overheden krijgen meer ruimte om hun eigen weg te gaan. Het gaat er uiteindelijk om dat de besluitvorming over de inrichting van de ruimte dichter bij de direct belanghebbenden komt te liggen. De Nota Ruimte kenmerkt zich dan ook door:</p>
			<ul>
				<li>Ontwikkelingsplanologie: het ruimtelijk beleid moet beter gaan voldoen aan maatschappelijke wensen en sneller uitgevoerd worden. Het accent zal meer liggen op wat kan en minder op wat moet.</li>
				<li>Decentralisatie: nationale prioriteiten en decentralisatie bepalen de inhoud. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur is daarbij een belangrijk kader.</li>
				<li>Deregulering: dit betekent minder rijkssturing. Provincies en gemeenten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid verschillend gaan invullen.</li>
				<li>Uitvoeringsgerichtheid: het kabinet legt het accent op uitvoering met onder meer een periode die financieel gedekt is tot aan 2010.</li>
				<li>Voor verstedelijking, infrastructuur en vestiging van bedrijven en economische activiteiten geldt een zogenaamd bundelingsbeleid: nieuwe woongebieden en bedrijvigheid moeten zoveel mogelijk worden aangesloten op bestaande bebouwing en infrastructuur. Hierbij moet bovendien rekening worden gehouden met recreatieve voorzieningen, groen en water.</li>
			</ul>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s171">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>21</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.2</nummer>
		<titel>AMvB Ruimte (2009)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op basis van artikel 4.3 Wro heeft de Minister de bevoegdheid om in Algemeen Maatregel van Bestuur kaders te stellen, indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. De Minister van VROM heeft vanaf 17 juni tot en met 30 augustus 2009 het ontwerp ter inzage gelegd ('AMvB Ruimte'). Het besluit is nog niet vastgesteld en in werking getreden. Een ontwerp van het besluit is naar de Eerste en Tweede Kamer gezonden en is via de Staatscourant en de website van het ministerie van VROM bekend gemaakt. Tot 1 september 2009 kon iedereen zijn visie op het ontwerp aan de minister van VROM kenbaar maken. Na bespreking van het ontwerp door de minister van VROM met de Staten-Generaal  wordt het ontwerpbesluit voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het besluit zal naar verwachting medio 2010 in werking treden.</p>
			<p>In de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid (juni 2008) heeft het kabinet haar nationaal ruimtelijke plannen gepresenteerd. In de Realisatieparagraaf is beschreven welke instrumenten het rijk onder de nieuwe Wro inzet om haar ruimtelijke belangen te realiseren. Voor die belangen die juridisch doorwerking behoeven is het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) vastgesteld. De AMvB Ruimte heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke besluitvorming van andere overheden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen.</p>
			<p>De eerder uitgebrachte PKB's hebben onder de nieuwe Wro de status van structuurvisie gekregen en zijn daarmee niet langer bindend voor andere partijen. De AMvB Ruimte bevat daarom, passend binnen het nieuwe stelsel van de Wro, een zo beleidsneutraal mogelijke vertaling van deze bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB's Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Het gaat om de kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, de nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het rijk duidelijk aan welke regels provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen en wat de ruimte is waarbinnen provincies en gemeenten hun eigen ruimtelijke belangen vorm kunnen geven.</p>
			<p>Voor dit bestemmingsplan is de AMvB van belang op de volgende onderdelen: </p>
			<p><em>Bundeling van verstedelijking en locatiebeleid voor economische activiteiten</em>
			</p>
			<p>Het bundelen van verstedelijking maakt het eenvoudiger om steden te ontsluiten en infrastructuur en voorzieningen optimaal te benutten. Concentratie van nieuwe bebouwing beperkt ook de noodzaak om de open ruimte te gebruiken voor bebouwing, waardoor de variatie tussen stad en land behouden blijft. Omdat de omstandigheden, opgaven en mogelijkheden per gebied kunnen verschillen is voor bundeling altijd maatwerk vereist. De provincie is daarom verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk bundelen van nieuwbouw. De provincie moet op grond van het ontwerpbesluit in een verordening regels maken die er onder andere voor zorgen dat nieuwe bebouwing binnen het bestaande bebouwde gebied komt, óf aansluitend daarop, óf in nieuwe clusters daarbuiten. Om helder te hebben waar deze regels gelden moet de provincie elke 4 jaar vaststellen welk deel van de provincie binnen het zogenaamde bestaand bebouwd gebied ligt.  Het plangebied behoort tot het bestaand bebouwd gebied.</p>
			<p><em>Regionale watersystemen</em>
			</p>
			<p>Provincies en gemeenten dienen ervoor te zorgen dat het bestemmingsplan in lijn is met het (regionale) waterplan. In de waterparagraaf wordt nader ingegaan op het aspect water. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met hetgeen wordt vastgelegd in de vast te stellen AMvB Ruimte en de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s228">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>22</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.3</nummer>
		<titel>Europees kaderrichtlijn water (2000)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Deze kaderrichtlijn Water beoogt het instrumentarium te bieden om oppervlaktewater en grondwater in zowel kwalitatief als kwantitatief opzicht te beschermen en te verbeteren. Ook het bevorderen van een duurzaam watergebruik, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen, en de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte vormen belangrijke doelstellingen. Om deze doelen te realiseren, reikt de richtlijn diverse instrumenten aan zoals maatregelenprogramma's, stroomgebiedbeheersplannen, monitoringverplichtingen en economische analyses van het watergebruik inclusief de kostenterugwinning van waterdiensten.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s229">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>23</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.4</nummer>
		<titel>Nationaal waterplan 2009-2015 (2009)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In december 2009 heeft het kabinet het Nationale Waterplan vastgesteld. Het Nationale Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid. In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de vierde Nota waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Op basis van art. 2.3 Wro heeft de Minister de bevoegdheid om ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening structuurvisies vast te stellen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het Nationale Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie.  </p>
			<p>De Vierde Nota waterhuishouding ging uit van integraal waterbeheer en een watersysteembenadering. Dit wordt met het Nationaal Waterplan voortgezet. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s241">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>24</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.5</nummer>
		<titel>Wet op de Archeologische Monumentenzorg (1992)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend.</p>
			<p>De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen door het Nederlands parlement en op 9 april 1998 in het Staatsblad gepubliceerd. Na enkele malen uitstel is het wetsvoorstel in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten.</p>
			<p>Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden.</p>
			<p>Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats te dragen.</p>
			<p>Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s11">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>25</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.6</nummer>
		<titel>Onderwijsbeleid algemeen</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het Rijksonderwijsbeleid is gericht op de vergroting van de autonomie van de scholen (deregulering) en het leggen van meer bevoegdheden bij gemeentebesturen (decentralisatie). Ook op financieel en materieel gebied is en wordt gewerkt aan een grotere autonomie. Het kabinet streeft naar vermindering van regelgeving en bureaucratie. Scholen krijgen meer ruimte om de inrichting van het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s12">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>26</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.7</nummer>
		<titel>Huisvesting onderwijsinstellingen</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De gemeentebesturen zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Gemeenten nemen beslissingen met betrekking tot nieuwbouw, verbouw, renovatie en onderhoud van schoolgebouwen. De financiën die hiervoor noodzakelijk zijn, ontvangen zij uit het gemeentefonds. Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen voedt dat fonds, waarbij de verdeling over de individuele gemeenten plaatsvindt via een verdeelmodel dat rekening houdt met specifieke gemeentelijke omstandigheden. De gemeente stelt jaarlijks het bedrag vast dat beschikbaar is voor de huisvesting van scholen. </p>
			<p>Om deze taak goed te kunnen uitvoeren dienen gemeenten een verordening op te stellen waarin precies staat aangegeven hoe zij omgaan met verzoeken tot huisvesting van de verschillende scholen. Gelijke behandeling van het openbaar en bijzonder onderwijs staat hier voorop. Voordeel van deze decentralisatie is dat een gemeentelijk huisvestingsbeleid een instrument kan zijn om verschillende activiteiten binnen en buiten het onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Er kan als het ware met gebouwen (en gebruikers) geschoven worden. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s129">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>27</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.8</nummer>
		<titel>Beleid buitenschoolse opvang</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Sinds het schooljaar 2007-2008 zijn basisscholen verplicht de voor- en naschoolse opvang tussen 07.30 en 18.30 uur te organiseren als ouders hierom vragen (motie Van Aartsen/Bos). De bestrijding van de wachtlijsten voor buitenschoolse opvang is een prioriteit voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Scholen kunnen de opvang zelf organiseren of een samenwerking met een kinderopvangorganisatie aangaan.  De opvang kan plaatsvinden in een geregistreerd kindercentrum (al dan niet binnen het schoolgebouw) ofwel bij een gastouder via een geregistreerd gastouderbureau. In het geval er te weinig plaats is in de buitenschoolse opvang, moet de school naar alternatieven zoeken. De school kan echter niet meer doen dan haalbaar is.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s13">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>28</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1.9</nummer>
		<titel>Conclusie Rijksbeleid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s10</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op basis van Rijksbeleid zijn gemeenten verantwoordelijk voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Scholen krijgen zelf steeds meer de ruimte om de inrichting van het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Wel bestaat de verplichting aan basisscholen om buitenschoolse opvang te organiseren. In dit kader is de te ontwikkelen nieuwbouw in de gemeente Rijnwoude een passend project. Ook wat betreft ruimte, verkeer, water en milieu past dit plan in de visie van het Rijk. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s130">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>29</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2</nummer>
		<titel>Provinciaal en regionaal beleid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s9</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s131">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>30</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.1</nummer>
		<titel>Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland, Visie op Zuid-Holland (2010)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op 2 juli 2010 stelden de Provinciale Staten van Zuid-Holland de Structuurvisie, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda vast.</p>
			<p>In de Visie op Zuid-Holland beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. De Structuurvisie geeft een doorkijk naar 2040 en de visie voor 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie. De nieuwe integrale Structuurvisie voor de ruimtelijke ordening komt in de plaats van de vier streekplannen en de Nota Regels voor Ruimte. De kern van Visie op Zuid-Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid-Holland. Hazerswoude-Rijndijk, en dus ook het plangebied, is de functiekaart van deze structuurvisie aangeduid als stads- en dorpgebied met hoogwaardig openbaar vervoer (zie afbeelding 3.1). </p>
			<p><img src="i_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_0010.jpg" width="490" height="372" alt="verplicht"/>
			</p>
			<p><em>Afbeelding 3.1: Uitsnede van de functiekaart van de Structuurvisie Zuid-Holland met een </em>
				<em>aanduiding van de ligging van het plangebied.</em>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s260">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>31</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.2</nummer>
		<titel>Verordening Ruimte, Visie op Zuid-Holland (2010)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De verordening, gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening, stelt regels aan de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. De verordening heeft slechts betrekking op een beperkt aantal onderwerpen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan dient daarom ook rekening te worden gehouden met ander provinciaal beleid. Het gaat daarbij vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale structuurvisie.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s234">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>32</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.3</nummer>
		<titel>Beleidsplan groen, water en milieu 2006-2010 (2006)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In het Beleidsplan Groen, water en milieu 2006 - 2010 geeft de provincie Zuid-Holland aan hoe zij in de komende periode om wil gaan met groen, water en milieu. Het nieuwe beleidsplan omvat het Milieubeleidsplan en het Waterhuishoudingsplan. Met duurzaamheid als uitgangspunt wil de provincie Zuid-Holland in het handelen van nu de gevolgen op lange termijn meewegen. Om de kwaliteit van de omgeving duurzaam te verbeteren krijgt het milieu- en waterbeleid een meer sturende rol in ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Er is in het beleidsplan, naast aandacht voor water en groen, onder meer aandacht voor externe veiligheid, luchtkwaliteit en bodemkwaliteit. De provincie Zuid-Holland heeft voor bodemonderzoek richtlijnen en aanbevelingen opgesteld in de nota 'Regels voor Ruimte'. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s235">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>33</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.4</nummer>
		<titel>Bestemmingsplannen Blauw gekleurd (2001)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De provincie heeft zich er voor uitgesproken om water een volwaardige plaats te geven en stelt het verplicht om in bestemmingsplannen een waterparagraaf op te nemen. Daarnaast is het van groot belang dat vanaf het begin van het planproces overleg wordt gevoerd tussen gemeente en waterbeheerder(s), om op goede wijze rekening te houden met uitgangspunten van duurzaam waterbeheer. Met "Bestemmingsplannen blauw gekleurd" geeft de provincie richtlijnen voor de invulling van de waterparagraaf. In de waterparagraaf kan worden ingegaan op de resultaten van het overleg tussen gemeente en waterbeheerder.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s238">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>34</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.5</nummer>
		<titel>Regionaal Milieubeleidsplan (2003-2010) </titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude, Teylingen en Rijnwoude hebben een gezamenlijk milieubeleidsplan vastgesteld. Een drietal speerpunten voor het milieubeleid voor de komende jaren zijn 'klimaatbeleid en energiebesparing', 'streven naar het optimale' en 'integratie van milieu in ander beleid'. De gemeente wil voldoen aan de Kyoto-verplichtingen. Het klimaatbeleid is vooral gericht op het beperken van de vraag naar energie, het omschakelen naar duurzame energie en het zuinig gebruiken van energie. Hiermee heeft het klimaatbeleid onder meer invloed op beleid ten aanzien van verkeer en vervoer, woningbouw en gebouwenbeheer. Een goede milieukwaliteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het leefbaar houden van de regio. Binnen het beleid ten aanzien van de lokale milieukwaliteit wordt daarom op meerdere plekken het streven naar een optimale milieukwaliteit verwoord.</p>
			<p>Milieuaspecten zijn steeds meer geïntegreerd in het gemeentelijk beleid. Ruimtelijke en economische keuzes zijn vaak bepalend voor de lokale milieukwaliteit, voor het behoud van landschappelijke en ecologische waarden en voor de duurzaamheid van de regio in zijn geheel.  </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s135">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>35</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2.6</nummer>
		<titel>Conclusie provinciaal en regionaal beleid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s130</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op basis van het provinciale en regionale beleid zal de gemeente binnen de bouwcontouren in het stads- en dorpsgebied efficiënt en intensief met de ruimte om moeten gaan en diversiteit moeten waarborgen. De intensievere opvulling van het perceel en de dubbele functie van het nieuwbouwproject De Tweeklank past binnen dit beleid.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s21">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>36</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3</nummer>
		<titel>Gemeentelijk beleid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s9</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s23">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>37</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3.1</nummer>
		<titel>Structuurvisie Rijnwoude 2020: van droom naar daad</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s21</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De Structuurvisie Rijnwoude 2020 is vastgesteld op 29 Juni 2005. Een restrictief beleid ten aanzien van het Groene Hart en een uitgangspunt van bundeling van bebouwing zijn hierin van kracht. Binnen de door de provincie aangegeven maximale bebouwingscontouren, heeft iedere gemeente meer ruimte gekregen voor de ontwikkeling van 'stedelijke' functies. Het centrum van Hazerswoude-Rijndijk is hèt voorzieningencentrum van Rijnwoude. Bij het bestaande centrum zijn ruimtelijke mogelijkheden voor uitbreiding. De voorziening van onderwijs in combinatie met buitenschoolse opvang nabij het centrum van Hazerswoude-Rijndijk past binnen de visie van Rijnwoude met uitbreiding tot de voorziene mogelijkheden behorend. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s24">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>38</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3.2</nummer>
		<titel>Toekomstvisie Welzijn Gemeente Rijnwoude: van nu tot 2020</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s21</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De toekomstvisie welzijn is vastgesteld op 22 september 2005. De gemeente Rijnwoude bestaat uit vier kernen, waarvan Hazerswoude-Rijndijk er één is. De kwaliteit van het sociale leven binnen de kernen is hoog en bepaalt in belangrijke mate de sociale samenhang in de gemeente. Daarom stelt de gemeente de eigenheid van de kernen centraal. Dat betekent dat voorzieningen, organisaties en activiteiten zoveel mogelijk op kernniveau worden behouden. </p>
			<p>Het onderwijs krijgt steeds meer financiële en inhoudelijke zelfstandigheid. Het maakt schaalvergroting interessant, omdat hierdoor de financiële ruimte optimaal benut kan worden. Door (regionaal) samen te gaan werken ontstaan sterke organisaties die het brede onderwijs op maat kunnen invullen. Als een gevolg van deze ontwikkelingen veranderen de eisen die aan schoolaccommodaties worden gesteld. </p>
			<p>De gemeente Rijnwoude wil dat de school een brede functie gaat vervullen die een doorgaande leerweg mogelijk maakt. In deze optiek werken binnen deze Brede Schoolgedachte niet alleen de verschillende scholen in de vier kernen met elkaar samen, maar gaan zij ook verbindingen aan met andere partners, zoals het opvoedbureau, kinderopvang, het peuterwerk, welzijnsorganisaties, jeugdzorg-instellingen en sport- of culturele organisaties. Er bestaan verschillende Brede Schoolconcepten. De gemeente Rijnwoude wil in overleg met de scholen en de ouders concepten ontwikkelen die passen bij de vraagstukken en het potentieel van elk van de kernen. Waar mogelijk en gewenst, worden verbindingen met welzijn, zorg en sport gemaakt. Dit kan leiden tot verschillende uitwerkingen, wat tot uiting kan komen in de fysieke vertaling. Door ver- of nieuwbouw worden multifunctionele accommodaties gerealiseerd, die inspelen op de wisselende behoeften van verschillende gebruikers. De nieuwbouw van De Tweeklank is hier een uitstekend voorbeeld van.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s163">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>39</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3.3</nummer>
		<titel>Onderwijsbeleid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s21</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het onderwijs verandert qua inhoud, doelgroepen, organisatievorm en accommodaties. Het klassikale onderwijs verdwijnt en maakt plaats voor lesmethoden die direct tegemoet komen aan vragen van leerlingen. Daarbij wordt intensief gebruik gemaakt van nieuwe media. Het leren omgaan met kennis- en informatietechnologie is essentieel. Mede door de inzet van nieuwe media wordt gewerkt met groepen van wisselende omvang. Een andere ontwikkeling is de vraag naar doorgaand onderwijs. De informatiemaatschappij stelt hoge eisen aan actuele kennis van zaken en permanente educatie is nodig om bij te blijven. </p>
			<p>Het onderwijs krijgt steeds meer financiële en inhoudelijke zelfstandigheid. Het maakt schaalvergroting interessant, omdat hierdoor de financiële ruimte optimaal benut kan worden. Door (regionaal) samen te gaan werken ontstaan sterke organisaties die het brede onderwijs op maat kunnen invullen. Als een gevolg van deze ontwikkelingen veranderen de eisen die aan schoolaccommodaties worden gesteld. </p>
			<p>De gemeente Rijnwoude wil dat de school een brede functie gaat vervullen die een doorgaande leerweg mogelijk maakt. Idealiter  werken binnen deze Brede Schoolgedachte niet alleen de verschillende scholen in de vier kernen met elkaar samen, maar gaan zij ook verbindingen aan met andere partners, zoals het opvoedbureau, kinderopvang, het peuterwerk, welzijnsorganisaties, jeugdzorg-instellingen en sport- of culturele organisaties. De Brede School wordt beschouwd als een belangrijk onderdeel van een sluitende aanpak voor de jeugd, waardoor mogelijke problemen preventief kunnen worden aangepakt. De Brede School is meer dan een onderwijsinstituut: het is een centrale ontmoetingsplek voor alle leeftijden met ruime openingstijden. Er bestaan verschillende Brede Schoolconcepten. </p>
			<p>De gemeente Rijnwoude wil in overleg met de scholen en de ouders concepten ontwikkelen die passen bij de vraagstukken en het potentieel van elk van de kernen. Waar mogelijk en gewenst, worden verbindingen met welzijn, zorg en sport gemaakt. Dit kan leiden tot verschillende uitwerkingen, wat tot uiting kan komen in de fysieke vertaling. Door ver- of nieuwbouw worden multifunctionele accommodaties gerealiseerd, die inspelen op de wisselende behoeften van verschillende gebruikers. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s25">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>40</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.3.4</nummer>
		<titel>Conclusie gemeentelijk beleid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s21</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De gemeente Rijnwoude streeft ernaar om voorzieningen zoveel mogelijk op kernniveau te behouden, waarbij de kern Hazerswoude-Rijndijk het voorzieningencentrum van de gemeente moet worden. De gemeente wil dat de school een brede functie gaat vervullen en verbindingen aangaat met andere partners zoals kinderopvang. De nieuwbouw van De Tweeklank past uitstekend binnen het beleid van de gemeente. De ontwikkeling past echter niet geheel binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor deze ontwikkeling is daarom een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.</p>
			<p> </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s39">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>41</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4</nummer>
		<titel>Omgevingsaspecten</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is een beoordeling van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan verplicht. Daarom is het noodzakelijk dat de haalbaarheid van de plannen wordt aangetoond. In dit hoofdstuk worden de daarvoor benodigde (milieukundige) onderzoeken besproken. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s40">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>42</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.1</nummer>
		<titel>Bedrijven en milieuzonering</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De locatie is al bestemd voor een (basis)school. Dit bestemmingsplan verandert daar niets aan. De nieuwbouw zal wel meer kinderen huisvesten, 250 in plaats van 180. Hierdoor trekt de nieuwbouw meer verkeer aan. De schoolomgeving wordt zo ingericht dat de kinderen veilige schoolroutes hebben en dat het gebruik van langzaam verkeer wordt gestimuleerd. Daarnaast zal de architect bij het ontwerp van school en schoolplein zo mogelijk rekening houden met het stemgeluid van de spelende kinderen.  </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s41">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>43</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2</nummer>
		<titel>Geluid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s174">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>44</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2.1</nummer>
		<titel>Railverkeerslawaai</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s41</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De school ligt niet binnen de onderzoekszones van een gezoneerde (spoor)weg op grond van de Wet geluidhinder.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s175">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>45</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2.2</nummer>
		<titel>Wegverkeerslawaai</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s41</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De wegen in de directe omgeving hebben een maximumsnelheid van 30 km/h. Deze wegen hebben vanwege de Wet geluidhinder geen onderzoekszone. Geconstateerd is dat het aantal verkeersbewegingen nabij het plangebied 'beperkt' is.         </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s42">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>46</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.3</nummer>
		<titel>Luchtkwaliteitsituatie ten gevolge van verkeer</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Volgens de Wet milieubeheer is het nodig een planontwikkeling te toetsen aan luchtkwaliteitseisen. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden, met als doel om alle overschrijdingen van de luchtkwaliteitsnormen op te lossen. Het NSL omvat een omvangrijk pakket maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.</p>
			<p>Alleen projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging wanneer aannemelijk is (door berekening of motivering) dat de 3% grens niet wordt overschreden. Deze grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m<sup>3</sup> voor zowel PM10 als NO2. Dit criterium is een 'of-benadering', wanneer een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.</p>
			<p>De 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:</p>
			<ul>
				<li>woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;</li>
				<li>kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m<sup>2 </sup>bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.</li>
			</ul>
			<p>In de gemeente Rijnwoude worden geen grenswaarden overschreden en zijn de achtergrondconcentraties van fijnstof en stikstofoxiden zeer laag. Het plangebied ligt niet binnen de invloedsfeer van een drukke lokale weg, een provinciale weg of een Rijksweg. Het onderwerp luchtkwaliteit is daardoor niet relevant. De ontwikkeling draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit in dit gebied. Er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Hiermee wordt voldaan aan de Wet Milieubeheer en de ambitie uit het regionaal milieubeleidsplan 2003-2010.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s45">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>47</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.4</nummer>
		<titel>Bodem</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Vanwege de nieuwbouw van De Tweeklank heeft de Milieudienst West-Holland historisch bodemonderzoek gedaan voor het perceel van De Tweeklank. Over het perceel is de volgende informatie bekend:</p>
			<p>Ter plaatse van een deel van het terrein is in 1998 door Tauw (kenmerk D98-0906/AAH/mbj, d.d. 12 mei 1998) een in situ grondkeuring uitgevoerd ten behoeve van aanpassingen aan straten, parkeerplaatsen en het schoolplein. De kleiige grond is licht verontreinigd met kwik en lood en blijkt deels binnenperceels en deels vrij toepasbaar.</p>
			<p>Van het terrein is een voormalige ondergrondse huisbrandolietank bekend. De exacte ligging van de tank is onbekend. Bekend is dat de tank is gesaneerd tijdens een gemeentelijke tankslag. Van de ondergrond en het grondwater van de tanklocatie zijn geen gegevens bekend. </p>
			<p>Het vigerende bestemmingsplan maakt al vestiging van een school mogelijk. De bodemsituatie heeft hierop geen invloed. In het kader van de bouwaanvraag dient wel onderzoek te worden gedaan naar mogelijk aanwezige verontreiniging. Dit met het oog op hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond.   </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s323">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>48</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5</nummer>
		<titel>Externe veiligheid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s324">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>49</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.1</nummer>
		<titel>Aanleiding</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s323</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor externe veiligheid is een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van de beoogde schoollocatie de volgende risicobronnen aanwezig zijn:</p>
			<ol type="decimal">
				<li>het transport van gevaarlijke stoffen over de N11;</li>
				<li>het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Leiden-Alphen aan den Rijn;</li>
				<li>een ondergrondse hogedrukaardgasleiding<imropt:voetnoot xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1">Leidinggegevens: leidingnr. W-515-02; diameter 36 inch: werkdruk 66 bar.</imropt:voetnoot>.</li>
			</ol>
			<p>Andere risicobronnen zijn niet in de omgeving aanwezig.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s325">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>50</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.2</nummer>
		<titel>Inventarisatie risicobronnen</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s323</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het plan betreft de vernieuwbouw van een basisschool en een buitenschoolse opvang (BSO). Een basisschool en een BSO moeten beschouwd worden als een kwetsbare bestemming met verminderd zelfredzamen.</p>
			<p><em>Transport van gevaarlijke stoffen N11</em>
			</p>
			<p>Voor een transportroute geldt een zone van 200 meter waarbinnen beperkingen aan het gebruik van de ruimte gesteld kunnen worden (zie Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen van 2004 en de Nota vervoer gevaarlijke stoffen van 2006) en waarvoor in principe een groepsrisicoverantwoording nodig is. De afstand van de N11 tot de beoogde schoollocatie is ca. 400 meter. De conclusie is dat de N11 geen invloed heeft op de schoollocatie.</p>
			<p><em>Transport van gevaarlijke stoffen spoorlijn</em>
			</p>
			<p>De marktprognose vervoerscijfers 2010-2020 van ProRail voorziet geen transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn. Incidenteel kan er, in geval van omleidingen, een transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit geeft geen significante externe veiligheidsrisico's. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor is dus geen belemmering voor de tijdelijke schoollocatie.</p>
			<p><em>Hogedrukaardgasleiding</em>
			</p>
			<p>Voor de gastransportleiding is een plaatsgebonden risicoberekening uitgevoerd door de Kema. De berekening wijst uit dat voor de beschouwde situatie geen 10<sup>-6 </sup>contouren aanwezig zijn. De schoollocatie ligt op ca. 270 meter van de ondergrondse hogedrukaardgasleiding. De leiding heeft een invloedsgebied voor het groepsrisico van 430 meter. De schoollocatie ligt derhalve buiten de PR=10<sup>-6</sup>-contour, maar binnen het invloedsgebied.</p>
			<p><em>Conclusie</em>
			</p>
			<p>Uit de inventarisatie blijkt dat de school binnen het invloedsgebied van de ondergrondse hogedrukaardgasleiding ligt. Andere risicobronnen zijn niet relevant.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s326">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>51</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.3</nummer>
		<titel>Regelgeving</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s323</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p><em>Algemeen</em>
			</p>
			<p>Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. De overheid stelt grenzen aan de risico's van deze activiteiten met gevaarlijke stoffen. De grenzen zijn vertaald in een norm voor het plaatsgebonden risico<imropt:voetnoot xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1">PR: Risico op een plaats buiten de inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar, dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, verblijft overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting of bij de transport-as, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is (zie ook artikel 1, lid 1 onderdeel p van het BEV1).</imropt:voetnoot> (PR) en een oriëntatiewaarde en verantwoordingsplicht voor het groepsrisico<imropt:voetnoot xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1">GR: De cumulatieve kansen dat per jaar dat een groep van 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg hun aanwezigheid in het invloedsgebied in het in vloedsgebied van een inrichting of een transport-as en een ongewoon voor al binnen die inrichting of bij een transport-as. waarbij een gevaarlijke stof betrokken is (zie ook artikel 1, lid 1 onderdeel k van het BEVI).</imropt:voetnoot>  (GR).</p>
			<p>Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de N11 en de spoorlijn zijn de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen van 2004 (Circulaire RNVGS) en de Nota vervoer gevaarlijke stoffen (2006) van toepassing.</p>
			<p>Voor de ondergrondse hogedrukaardgasleiding geldt de Circulaire 'Zonering langs hogedruk aardgasleidingen' uit 1984. Op 28 augustus 2009 is het ontwerp-Besluit externe veiligheid buisleidingen<imropt:voetnoot xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1">Staatscourant van 28 augustus 2009, nr. 12819.</imropt:voetnoot> (Bevb) gepubliceerd. In dit besluit wordt eenzelfde risicobenadering opgenomen als voor inrichtingen geldt. De grenswaarde voor het PR wordt 10<sup>-6</sup>; voor het GR zal de oriëntatiewaarde en de verantwoordingsplicht van toepassing worden. Om saneringssituaties te voorkomen heeft het (nieuwe) Ministerie van Infrastructuur en Milieu geadviseerd om te anticiperen op deze nieuwe regelgeving.</p>
			<p>Bij de beoordeling van dit plan is geanticipeerd op het van kracht worden van het Bevb.</p>
			<p><em>Plaatsgebonden risico</em>
			</p>
			<p>Het PR kent een grenswaarde van 10<sup>-6</sup> per jaar voor nieuwe situaties. Binnen de PR=10<sup>-6</sup> contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde en in nieuwe situaties moet in beginsel ook aan deze waarde worden voldaan.</p>
			<p><em>Verantwoordingsplicht groepsrisico</em>
			</p>
			<p>Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in situaties waarin zich een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet. Het groepsrisico moet verantwoord worden door het bevoegd gezag. De verantwoordingsplicht is erop gericht om een weloverwogen afweging te maken over de risico's in relatie tot de (ruimtelijke) ontwikkelingen in het plangebied. Het groepsrisico vanwege het transport over de weg danwei via buisleidingen wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde: de kans op een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers van 10<sup>-4</sup> per jaar, met de kans op een ongeval met 100 dodelijke slachtoffers van 10<sup>-6</sup> per jaar, en met de kans op 1.000 of meer dodelijke slachtoffers van 10<sup>-8</sup> per jaar. </p>
			<p>In de verantwoording van het groepsrisico worden onderwerpen behandeld die van belang zijn bij het maken van een afweging over het risico en de ruimtelijke situatie. Het groepsrisico wordt kwantitatief beoordeeld. Daarnaast komen ook planologische aspecten aan de orde en de mogelijkheden tot rampenbestrijding (zie ook Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico voor inrichtingen).</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s327">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>52</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.4</nummer>
		<titel>Beoordeling</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s323</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De "verantwoording groepsrisico" is hieronder opgenomen. Het advies van de Regionale Brandweer zal in de bijlage bij deze toelichting worden opgenomen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s328">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>53</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.4.1</nummer>
		<titel>Plaatsgebonden risico</titel>
		<objectType>subsubparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s327</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De planlocatie bevindt zich niet binnen een PR=10<sup>-6</sup> contour van een risicobron. Het PR is niet relevant voor dit plan.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s329">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>54</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.4.2</nummer>
		<titel>Verantwoording groepsrisico</titel>
		<objectType>subsubparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s327</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p><em>Hoogte groepsrisico</em>
			</p>
			<p>Door de Gasunie/KEMA is een risicoberekening uitgevoerd voor deze hogedrukaardgasleiding. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in een notitie<imropt:voetnoot xmlns="http://www.geonovum.nl/imro/pt/2008/1">Notitie 'Risicoberekening gastransportleiding A-515-KR-036 t/m 044', d.d. 1 juni 2010. kenmerk 66912927-GCS 1-50977. opgesteld door KEMA.</imropt:voetnoot> . In de risicoberekening is uitgegaan van de bestaande situatie en van de toekomstige situatie. De toekomstige situatie is inclusief de ontwikkeling van de nieuwe woonwijken Westvaartpark en Oostvaartpark en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Prinsenschouw. De bestaande school De Tweeklank aan de Da Costasingel is zowel voor de huidige als de toekomstige situatie met 265 personen meegenomen in de risicoberekening. </p>
			<p>In het bestemmingsplan wordt uitgegaan van een basisschool met 13 lokalen en een BSO. De basisschool en de BSO zijn niet tegelijk geopend. Het maximaal aantal aanwezige personen zal, uitgaande van 30 leerlingen per klas, in de eindsituatie ca. 400 bedragen.</p>
			<p>Het aantal van 265 personen waarmee in de GR-berekening is gerekend is voor beide situaties lager dan de beoogde eindsituatie. Hierdoor zullen het groepsrisico en het aantal berekende dodelijke slachtoffers iets stijgen ten opzichte van de nu berekende huidige situatie. De oriëntatiewaarde zal, vanwege de geringe toename van het aantal personen naar verwachting niet overschreden worden.</p>
			<p>In de toekomstige situatie is rekening gehouden met een aantal nieuwe ontwikkelingen, waaronder 2 nieuwe woonwijken Westvaartpark en Oostvaartpark. Omdat deze nieuwe ontwikkelingen nog niet zijn gerealiseerd en ook niet planologisch zijn vastgelegd, hoeft hiermee nog geen rekening gehouden te worden bij de beoordeling van dit plan. Om deze reden kan uitgegaan worden van de door de Gasunie uitgevoerde berekeningen voor de huidige situatie. </p>
			<p>In de huidige situatie wordt de OW niet overschreden. Het berekende groepsrisico ligt op 0,9 * OW. Het aantal berekende dodelijke slachtoffers bedraagt 700 bij een kans van 1*10<sup>-8</sup>. </p>
			<p>De schoollocatie ligt in het gebied waar volgens de risicoberekening het hoogste risico heerst. Door de planvorming stijgt het aantal personen binnen het invloedsgebied.</p>
			<p>Gelet op het bovenstaande zullen de hoogte van het groepsrisico en het aantal dodelijke slachtoffers dan ook niet significant wijzigen. In principe is een verantwoording van het groepsrisico niet nodig. In dit geval gaat het echter om kwetsbare groep. Kinderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Niet alle basisschoolleerlingen zijn immers in staat om zelfstandig, zonder begeleiding te vluchten. Om deze reden is het groepsrisico toch verantwoord.</p>
			<p><em>Verantwoording groepsrisico</em>
			</p>
			<p>Voor de verantwoording van het groepsrisico wordt een onderverdeling gemaakt naar verschillende typen maatregelen die getroffen kunnen worden. Deze maatregelen zijn bronmaatregelen, ruimtelijke en bouwkundige maatregelen, rampenbestrijding en zelfredzaamheid.</p>
			<p></p>
			<p>Bronmaatregelen</p>
			<p>Bronmaatregelen zijn maatregelen die bij de ondergrondse hogedrukaardgasleiding getroffen kunnen worden om de risico's te beperken. Wij zullen binnenkort in overleg met de Gasunie treden om te onderzoeken of er, en zo ja welke bronmaatregelen aan de leiding mogelijk zijn, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van extra beveiligingsmaatregelen. Hierbij zullen tevens overige (grootschalige) in voorbereiding zijnde nieuwbouwontwikkelingen langs de hogedrukgasleiding worden meegenomen. </p>
			<p></p>
			<p>Ruimtelijke en bouwkundige maatregelen</p>
			<p><em>Ruimtelijke maatregelen</em>
			</p>
			<p>Een ruimtelijke maatregel om de risico's te beperken is het vergroten van de afstand tussen de risicobron en de schoollocatie. Omdat sprake is van vernieuwbouw van de school met uitbreiding met een BSO is een andere locatie niet realistisch. Daarbij komt nog dat een groot gedeelte van de kern Hazerswoude-Rijndijk binnen het invloedsgebied van een hogedrukaardgasleiding ligt. Een andere locatie zal dan ook nauwelijks effect hebben op de risico's. Het vergroten van de afstand van het plangebied tot de hogedrukaardgasleiding is geen optie.</p>
			<p></p>
			<p>Bouwkundige maatregelen</p>
			<p>Bij de uitwerking van het bouwplan kan de veiligheidssituatie nog worden geoptimaliseerd. Het maatscenario is het vrijkomen van aardgas uit de leiding met als gevolg een explosie van het uitstromende gas.</p>
			<p>Bij de realisatie van de school en de BSO moet er voor gezorgd worden dat zich voldoende (nood)uitgangen aan de van de gasleiding afgekeerde zijde bevinden. Dit om het zo snel mogelijk kunnen vluchten mogelijk te maken. Zie verder onder zelfredzaamheid.</p>
			<p>In het schetsontwerp van de te bouwen school liggen het schoolplein en de toegang tot de school aan de zuidzijde van het gebouw. Hieraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag:</p>
			<ol type="decimal">
				<li>De oriëntatie en situering van het schoolgebouw is vanuit is stedenbouwkundige overwegingen bewust in zuidelijke richting gekozen, omdat er een zonnig nieuw (speel)plein ontstaat, dat een duidelijke relatie krijgt met het omliggende water en groen. Door de oriëntatie op zowel de Da Costasingel als de Potgieterlaan krijgt dit plein meer betekenis als centrale stedenbouwkundige ruimte.</li>
				<li>De aula is in zuidelijke richting georiënteerd. De schoollokalen zijn hier rondom gesitueerd. De kinderen zijn meestal in de lokalen aanwezig en incidenteel in de aula. Het vooraan lokaliseren van deze schoollokalen maakt het risico voor kinderen bij een explosie daarom groter, temeer daar er in deze ruimten toch ook veel glas aanwezig is. Daarbij komt dat er voldoende (nood)uitgangen (in klaslokalen) aan de van de gasleiding afgekeerde zijde worden gerealiseerd.</li>
				<li>De oriëntatie en situering heeft tevens voor het (duurzame) ontwerp van het schoolgebouw duidelijke voordelen, te weten:<ol type="lower-alpha">
						<li>het schoolgebouw kan door de situering optimaal gebruik maken van passieve gratis zonne-energie. Zonneluifels houden hier in de zomer (bij een hoge zonnestand) de zon van de gevel, terwijl in de koude maanden (bij een lage zonnestand) juist geprofiteerd wordt van deze zonnewarmte;  </li>
						<li>de klaslokalen zijn nergens direct op de zonkant en het plein georiënteerd, waardoor het relatief rustige en koele ruimten zijn, waar de kinderen zich beter kunnen concentreren;</li>
						<li>de centrale ruimte van de school, de aula, is juist georiënteerd op het plein, de zon en beide buurtstraten. De school opent hierdoor meer naar de buurt en nodigt meer uit tot ontmoeting. Dit komt voorts ten goede aan de sociale veiligheid.  </li>
					</ol>
				</li>
			</ol>
			<p>Bij de situering van het gebouw is voorts in ogenschouw genomen dat het schoolplein en de ingang voldoende worden beschermd door de tussen de aardgasleiding en het schoolgebouw gesitueerde woonbebouwing tegen een onverhoopte drukgolf die kan ontstaan bij een calamiteit bij de aardgasleiding. Tevens worden voldoende natuurlijke vluchtroutes in een van de aardgasleiding afgekeerde richting gerealiseerd. Daarnaast worden bouwkundige maatregelen getroffen om het schoolgebouw beter tegen hitte bestand te laten zijn. Deze maatregelen leiden er toe dat het gebouw bij een eventuele calamiteit langer bestand is tegen de gevolgen van de calamiteit en daarmee voldoende bescherming biedt aan de (nood)uitgangen.</p>
			<p></p>
			<p>Rampenbestrijding</p>
			<p>Voor een goede rampenbestrijding zijn zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid belangrijke elementen. Voor de bereikbaarheid gelden de volgende relevante aandachtspunten:</p>
			<ul>
				<li>de school moet goed bereikbaar en toegankelijk zijn voor hulpdiensten;</li>
				<li>de wegen waarover de hulpdiensten naar de gebouwen moeten komen, moeten minimaal 3,5 meter breed en 4,2 m hoog zijn en moeten een gewicht kunnen dragen van 10.000 kg asdruk;</li>
				<li>de aanrijtijd van de hulpdiensten;</li>
				<li>gebouwen dienen tot 10 meter benaderbaar te zijn voor hulpverleningsdiensten.</li>
			</ul>
			<p>Voor de bestrijdbaarheid gelden de volgende relevante aandachtspunten:</p>
			<ul>
				<li>de maximale afstand tussen een primaire bluswatervoorziening en de inzetlocatie bedraagt 40 meter vanaf de voordeur. Voor een secundaire bluswatervoorziening geldt een afstand van 160 meter;</li>
				<li>brandkranen moeten tot op 15 meter benaderbaar zijn;</li>
				<li>binnen 40 meter vanaf elke hoofdingang van een gebouw moeten brandkranen aanwezig zijn;</li>
				<li>secundaire bluswatervoorziening is open water of een geboorde put. Open water is in de omgeving voldoende aanwezig.</li>
			</ul>
			<p>De aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van het schoolgebouw zal worden getoetst aan de hiervoor genoemde aandachtspunten. Voor zoveel nodig zullen voorwaarden worden verbonden aan de te verlenen omgevingsvergunning en gebruikersvergunning, zodat deze uitgangspunten kunnen worden afgedwongen. Een uitgebreide beschrijving van aandachtspunten staat in de praktijkrichtlijnen Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening van de regionale Brandweer Hollands Midden. </p>
			<p></p>
			<p>Zelfredzaamheid</p>
			<p>Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: de mogelijkheid van personen om zichzelf, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten, in veiligheid te brengen. Het zelfredzame vermogen van personen in de omgeving van een risicobron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen.</p>
			<p>Daarnaast zijn de fysieke eigenschappen van personen, gebouwen en omgeving van invloed op de zelfredzaamheid. Van personen die verminderd zelfredzaam zijn wordt verondersteld dat zij een gebouw niet zelfstandig kunnen verlaten. De kinderen in de school en in de BSO zijn verminderd zelfredzaam. Zij kunnen zich niet zelfstandig in veiligheid brengen. Dit is vooral van belang bij een calamiteit met de gasleiding. In dit geval is mogelijk een korte tijd beschikbaar tussen het begin van het uitstromen van het gas en een eventuele explosie daarvan. De tijd is mogelijk te kort voor hulpdiensten om personen te evacueren. Om verminderd zelfredzame personen zoveel mogelijk de tijd te geven om zichzelf in veiligheid te brengen, eventueel met hulp van personeel, is het van belang aan dit aspect aandacht te besteden in een op te stellen ontruimingsplan voor de school en dit ook regelmatig te oefenen. Verder moeten de aanwezigen voldoende mogelijkheden hebben om de school te verlaten in een van de zijde van de mogelijke calamiteit afgekeerde richting. In dit geval moeten vluchtwegen dus uitkomen direct op de Herman Gorterstraat en/of de Da Costasingel. Toetsing of het gebouw de juiste en voldoende  ontvluchtingsmogelijkheden biedt, vindt plaats in de procedures voor de omgevingsvergunning. In het bijzonder zal aandacht worden besteed aan de aanwezigheid van voldoende (nood)uitgangen aan de noordzijde van het gebouw, zijnde de van de gasleiding afgekeerde zijde. Deze eis zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning.  </p>
			<p>Via de Da Costasingel kan snel voldoende afstand tot de aardgasleiding gecreëerd worden. Hierbij is het van belang dat zich in het openbaar gebied waarover gevlucht moet worden geen grote obstakels bevinden.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s330">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>55</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.5.5</nummer>
		<titel>Conclusie externe veiligheid</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s323</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor de schoollocatie met BSO is de ondergrondse hogedrukaardgasleiding van belang. Het schoolgebouw ligt buiten de PR=10<sup>-6</sup> contour, maar binnen het invloedsgebied van deze leiding.</p>
			<p>De hogedrukaardgasleiding kan bij een calamiteit leiden tot grote schade en dodelijke slachtoffers in het plangebied. Bij een basisschool is sprake van verminderd zelfredzame personen. Bij een calamiteit bij de gasleiding zijn de mogelijkheden om verminderd zelfredzame persponen in veiligheid te brengen beperkt.</p>
			<p>Bij het schoolgebouw moet rekening gehouden worden met voldoende vluchtwegen die het vluchten in een van de gasleiding afgekeerde richting zo snel mogelijk maken. Hiermee zal in de omgevingsvergunning rekening worden gehouden.</p>
			<p>Het bevoegd gezag is van oordeel dat de risico's verantwoord zijn, omdat:</p>
			<ol type="decimal">
				<li>er sprake is van vernieuwbouw van de school;</li>
				<li>de hoogte van het groepsrisico in de huidige situatie niet significant wijzigt als gevolg van dit plan;</li>
				<li>de kans op een calamiteit met de gasleiding klein is;</li>
				<li>het schoolgebouw voorzien zal worden van voldoende (nood)uitgangen in een van de gasleiding afgekeerde zijde, danwel op een zodanige locatie dat zo snel mogelijk in een van de gasleiding afgekeerde richting gevlucht kan worden;</li>
				<li>de mogelijkheid bestaat om te kunnen vluchten in een van de gasleiding afgekeerde richting</li>
				<li>de verwachting is voorts dat na overleg met de Gasunie in de toekomst risicoreducerende maatregelen kunnen worden getroffen aan de hogedrukaardgasleiding.     </li>
			</ol>
			<p></p>
			<p><em>Resumé</em>
			</p>
			<p>Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Rijnwoude hebben kennis genomen van de inhoud van het document 'Verantwoording Groepsrisico' (zie hiervoor) en achten het groepsrisico, na het nemen van de hiervoor genoemde maatregelen, aanvaardbaar.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s47">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>56</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.6</nummer>
		<titel>Water</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s307">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>57</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.6.1</nummer>
		<titel>Handreiking Watertoetsproces bij Rijnland (2008)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s47</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De watertoets is vanaf november 2003 opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het kader van het artikel 3.1.1. Bro-overleg is de waterbeheerder overlegpartner bij het opstellen van bestemmingsplannen.</p>
			<p>Om problemen met wateroverlast te voorkomen, om een goede waterkwaliteit te waarborgen en om de beleving van water voor burgers te vergroten, is het watertoetsproces in het leven geroepen. Het doel van het watertoetsproces is om, in een zo vroeg mogelijk stadium rekening te houden met water in ruimtelijke plannen en besluiten. In de startovereenkomst Waterbeleid voor de 21e eeuw en in het Nationaal Bestuursakkoord Water hebben de gezamenlijke overheden bepaald dat water een sturend principe moet zijn in de ruimtelijke ordening. De watertoets is het proces waarbij de waterbeheerder (in dit geval het Hoogheemraadschap van Rijnland) en de initiatiefnemer van het ruimtelijke plan (bijvoorbeeld gemeente, projectontwikkelaar, particulier) samenwerken. Het samenwerkingsproces moet uiteindelijk leiden tot een zogenaamde 'waterparagraaf' die onderdeel uitmaakt van het uiteindelijke plan of besluit. Het resultaat van overleg met het Hoogheemraadschap van Rijnland is opgenomen in deze waterparagraaf.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s308">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>58</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.6.2</nummer>
		<titel>Waterbeheerplan (2009)</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s47</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor de planperiode 2010-2015 is het Waterbeheerplan (WBP) van Rijnland van toepassing. In dit plan geeft RIjnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op uitvoering. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het WBP sorteert voor op deze ontwikkelingen. Het WBP is te lezen op de <imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.rijnland.net/wat_doet_rijnland/waterbeheerplan">website van het </imropt:externeVerwijzing>
				<imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.rijnland.net/wat_doet_rijnland/waterbeheerplan">Hoogheemraadschap van </imropt:externeVerwijzing>
				<imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.rijnland.net/wat_doet_rijnland/waterbeheerplan">Rijnland.</imropt:externeVerwijzing>
			</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s309">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>59</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.6.3</nummer>
		<titel>Keur en Beleidsregels</titel>
		<objectType>subparagraaf</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s47</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op 22 december 2009 is als gevolg van de Waterwet een nieuwe Keur in werking getreden, met bijbehorende nieuwe beleidsregels. Ook zijn aan het Keur bepalingen toegevoegd over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem.</p>
			<p>De "Keur en Beleidsregels" maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor:</p>
			<ul>
				<li>Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden).</li>
				<li>Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken).</li>
				<li>Andere waterstaatswerken (onder andere bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).</li>
			</ul>
			<p>Een ontheffing in het kader van de Keur wordt rechtstreeks aangevraagd bij het Hoogheemraadschap. Het bestemmingsplan is in het kader van de Keur geen toetsingskader. De keur is te vinden op de <imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.rijnland.net/beleid/keur_2009">website van het Hoogheemraadschap van </imropt:externeVerwijzing>
				<imropt:externeVerwijzing xl:type="simple" xl:href="http://www.rijnland.net/beleid/keur_2009">Rijnland.</imropt:externeVerwijzing> </p>
			<p>Voor de gewenste ontwikkeling uit het voorliggende plan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een toename van verharding en/of bebouwing. Net als in de bestaande situatie wordt het gebied waarvoor de bestemmingen "Maatschappelijk" en "Verkeer" wordt opgenomen volledig verhard. De bestemmingen "Groen" en "Water" zijn bedoeld voor de bestaande watergang en de bijbehorende oever. Hier vindt geen verharding plaats. Het plan vormt daardoor belemmering voor het bereiken van de waterkwaliteitsdoelstelling. Ook vormt het plan geen risico voor de achteruitgang van de waterkwaliteit ter plaatse.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s50">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>60</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.7</nummer>
		<titel>Ecologie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In deze paragraaf volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de flora- en faunatoets. Daarnaast wordt aangegeven of bij het realiseren van het nieuwbouwplan schade verwacht wordt aan de (streng) beschermde soorten. </p>
			<p>Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura 2000, beschermde natuurmonumenten, (P)EHS gebieden of ecologische verbindingszones). De geplande werkzaamheden hebben geen effect op de beschermde gebieden. </p>
			<p>Door Watersnip advies is in juni 2010 een flora en fauna toets uitgevoerd, dit rapport met nummer 10A033 is opgenomen in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s263">2</imropt:interneVerwijzing>. Er zijn tijdens de inventarisatie geen Rode lijstsoorten aangetroffen en deze worden ook niet verwacht binnen het plangebied. Compensatie in het kader van het Provinciaal compensatiebeginsel is daarom niet nodig. </p>
			<p>Indien vegetatie verwijderd wordt, dan dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Flora- en faunawet wordt voorkomen. Daarbij is het van belang dat de Flora- en faunawet geen standaard preiode hanteert voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Flora- en faunawet, zijn niet aangetroffen of te verwachten in het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden dient een terzake deskundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele brodende vogels. </p>
			<p>De werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de Gewone dwergvleermuis. </p>
			<p>Voor alle planten- en diersoorten geldt de zorgplicht die is opgenomen in artikel 2 van de Flora- en faunawet. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor de flora en/of fauna kan hebben, verplicht is om maatregelen te nemen (voor redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, peberken of ongedaan maken. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om zoveel mogelijk van de aanwezige bomen en struiken te behouden als nestgelegenheid voor vogels.       </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s244">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>61</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.8</nummer>
		<titel>Archeologie en cultuurhistorie</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In opdracht van de gemeente Rijnwoude heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Dit rapport met nummer 2383 is opgenomen in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s312">3</imropt:interneVerwijzing> van dit bestemmingsplan. Op basis van het bureauonderzoek is gebleken dat op oeverafzettingen van de Oude Rijn archeologische resten kunnen voorkomen uit de periode Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Uit basis van vondsten in de directe omgeving van het plangebied is de verwachting met name hoog voor resten uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen.</p>
			<p>Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek (specificatie VS03) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de bodem in het plangebied grotendeels onverstoord is en dat archeologische lagen voorkomen op dieptes tussen de 50 en 145 cm –mv. De aard van de ondergrond is sterk wisselend en bestaat uit oever-, crevasse en komafzettingen.</p>
			<p>Als vervolg op het bureauonderzoek en inventariserend onderzoek heeft ADC ArcheoProjecten in december 2010 een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s314">4</imropt:interneVerwijzing> van dit bestemmingsplan. Het veldwerk is uitgevoerd op 21 december 2010. In het gebied is één proefsleuf aangelegd met een totale oppervlakte van ongeveer 75 m<sup>2</sup>. Tijdens dit onderzoek zijn enkel sporen van recente verstoring aangetroffen. Het gehele opgravingsvlak bleek grotendeels te zijn verstoord ten gevolge van de aanleg van kabels, leidingen en een recente sloot. Op basis van het fysisch geografisch onderzoek kan gesteld worden dat de kans op het aantreffen van archeologische waarden binnen het plangebied gering is. De afzettingen welke zijn aangetroffen betroffen namelijk komafzettingen, terwijl archeologische waarden, met name nederzettings- en bewonerssporen, worden verwacht op oever- en crevasseafzettingen van stroomgordels. Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.        </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s180">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>62</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.9</nummer>
		<titel>Duurzaamheid</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s39</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De gemeente Rijnwoude wil inwoners en bedrijven een goed voorbeeld geven met betrekking tot duurzaam bouwen. De eigen gebouwen moeten in het door SenterNovem aanbevolen rekenprogramma "GPR-gebouw" een rapportcijfer 8 halen, een stuk hoger dan de minimumeisen van het bouwbesluit. Dit betekent onder andere. dat de school een zeer laag energieverbruik heeft, wat gunstig is voor de exploitatiekosten. De behoefte aan energiebesparing zal zich vertalen in het ontwerp en situering van de school. Het bestemmingsplan biedt hiervoor de ruimte.     </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s52">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>63</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5</nummer>
		<titel>Juridische opzet</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.</p>
			<p>Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De (digitale) verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. </p>
			<p>De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de aanleiding, onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s53">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>64</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.1</nummer>
		<titel>Inleidende regels</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s52</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Hoofdstuk 1 (artikelen 1 en 2) bevat inleidende regels. In de inleidende regels worden de in het bestemmingsplan voorkomende begrippen beschreven en wordt de wijze van meten uitgelegd. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s54">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>65</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.2</nummer>
		<titel>Bestemmingen</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s52</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Hoofdstuk 2 (artikel 3 t/m 7) bevat de bestemmingsregels. In deze regels wordt de bestemming omschreven en worden de bouw- en gebruiksregels verwoord. Binnen het plangebied is op het bebouwingsperceel de bestemming <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s155">Maatschappelijk</imropt:interneVerwijzing> van toepassing. Volgens de regels is het toegestaan om op het perceel onderwijskundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van buitenschoolse opvang op te richten. Het bebouwingsperceel heeft overigens de dubbelbestemming <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s227">Waarde - Archeologie</imropt:interneVerwijzing>. Het perceel wordt omringd met de bestemming <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s156">Verkeer</imropt:interneVerwijzing>, welke op zijn beurt aan de westkant weer grenst aan de bestemmingen <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s154">Groen</imropt:interneVerwijzing> en <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s157">Water</imropt:interneVerwijzing>. Op de verbeelding zijn de bestemmingen weergegeven met nadere aanduidingen. Deze hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s183">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>66</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.3</nummer>
		<titel>Algemene regels</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s52</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Hoofdstuk 3 (artikelen 8 t/m 13) bevat de overige regels, zoals de antidubbeltelregel, de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels. Ook bevat dit hoofdstuk de algemene aanduidingsregels waarin wordt ingegaan op de <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s286">Vrijwaringszone -Molenbiotoop</imropt:interneVerwijzing>. Een fractie van de vrijwaringszone van de Rhynenburger Molen aan de Corellisstraat valt binnen het plangebied. Deze zone ligt deels over het water in het plangebied, waar geen hoogbouw mogelijk is.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s184">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>67</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.4</nummer>
		<titel>Overgangs- en slotregels</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s52</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Hoofdstuk 4 (artikelen 14 en 15) bevat de overgangs- en slotregels. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s58">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>68</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>6</nummer>
		<titel>Economische uitvoerbaarheid</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.</p>
			<p>Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan.</p>
			<p>Het voorliggend bouwplan is een initiatief van de gemeente Rijnwoude. In de gemeentelijke begroting worden gelden gereserveerd voor deze ontwikkeling.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s185">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>69</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7</nummer>
		<titel>Maatschappelijke uitvoerbaarheid</titel>
		<objectType>hoofdstuk in toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s333">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>70</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.1</nummer>
		<titel>Voorontwerpbestemmingsplan</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s185</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 16 december 2010 tot en met 13 januari 2011 gedurende vier weken ter inzage gelegen. In totaal zijn drie inspraakreacties op het plan ingediend. </p>
			<p>In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden naar de volgende vooroverlegpartners:</p>
			<ul>
				<li>VROM-inspectie.</li>
				<li>Provincie Zuid-Holland, directie Ruimte en Mobiliteit.</li>
				<li>Hoogheemraadschap van Rijnland.</li>
				<li>Gasunie.</li>
				<li>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</li>
				<li>Regionale Brandweer Hollands Midden.</li>
				<li>Brandweer Rijnwoude.</li>
			</ul>
			<p>De inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in de 'Nota van beantwoording inspraakreacties en vooroverleg'. In deze nota is aangegeven op welke punten het ontwerpbestemmingsplan is aangepast. Ook zijn er enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De 'Nota van beantwoording inspraakreacties en vooroverleg' is opgenomen in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s331">5</imropt:interneVerwijzing> van dit bestemmingsplan.  </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s334">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>71</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.2</nummer>
		<titel>Ontwerpbestemmingsplan</titel>
		<objectType>paragraaf</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s185</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3:8 van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van donderdag 10 maart 2011 tot en met woensdag 20 april 2011 (gedurende zes weken) voor een ieder ter inzage gelegen. </p>
			<p>Gedurende de termijn van terinzagelegging van het  ontwerpbestemmingsplan zijn twee schriftelijke zienswijzen ontvangen. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. De 'Nota van beantwoording zienswijzen' is opgenomen in bijlage <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s335">6</imropt:interneVerwijzing> van dit bestemmingsplan. </p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s262">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>72</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Bijlagen</titel>
		<objectType>bijlagen bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s1</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s310">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>73</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Bezonningsstudie</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_1.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s263">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>74</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Flora- en faunaonderzoek</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_2.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s312">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>75</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Bureauonderzoek archeologie</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_3.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s314">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>76</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>4</nummer>
		<titel>Inventariserend Veldonderzoek archeologie</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_4.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s331">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>77</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>5</nummer>
		<titel>Nota van beantwoording</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_5.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s335">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>78</volgnummer>
		<objectLabel>bijlage</objectLabel>
		<nummer>6</nummer>
		<titel>Nota van beantwoording zienswijzen</titel>
		<objectType>bijlage bij toelichting</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s262</ouderId>
		<externeVerwijzingLink>tb_NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01_6.pdf</externeVerwijzingLink>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s2">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>79</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer></nummer>
		<titel>Regels</titel>
		<objectType>regels</objectType>
		<objectNiveau>1</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s0</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s62">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>80</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Inleidende regels</titel>
		<objectType>inleidende regels</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s186">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>81</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>1</nummer>
		<titel>Begrippen</titel>
		<objectType>begrippen</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s62</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s218">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>105</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Wijze van meten</titel>
		<objectType>wijze van meten</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s62</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s110">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>114</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>2</nummer>
		<titel>Bestemmingsregels</titel>
		<objectType>bestemmingsregels</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s154">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>115</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Groen</titel>
		<objectType>bestemming</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s110</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s269">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>116</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.1</nummer>
		<titel>Bestemmingsomschrijving</titel>
		<objectType>bestemmingsomschrijving</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s154</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;</li>
				<li>bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s270">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>117</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3.2</nummer>
		<titel>Bouwregels</titel>
		<objectType>bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s154</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 m.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s155">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>118</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>4</nummer>
		<titel>Maatschappelijk</titel>
		<objectType>bestemming</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s110</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s271">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>119</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.1</nummer>
		<titel>Bestemmingsomschrijving</titel>
		<objectType>bestemmingsomschrijving</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s155</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>onderwijsvoorzieningen;</li>
				<li>buitenschoolse opvang;</li>
				<li>speelpleinen;</li>
			</ol>
			<p>met daarbij behorende:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li value="4">groenvoorzieningen;</li>
				<li>nutsvoorzieningen.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s272">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>120</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2</nummer>
		<titel>Bouwregels</titel>
		<objectType>bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s155</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s273">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>121</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2.1</nummer>
		<titel>Gebouwen</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s272</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>de gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;</li>
				<li>het bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan;</li>
				<li>de bouwhoogte mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan; 			</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s274">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>122</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4.2.2</nummer>
		<titel>Bouwwerken, geen gebouwen zijnde</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s272</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen;</li>
				<li>de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen, met uitzondering van licht- en vlaggenmasten waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen.</li>
			</ol>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s156">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>123</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>5</nummer>
		<titel>Verkeer</titel>
		<objectType>bestemming</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s110</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s275">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>124</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.1</nummer>
		<titel>Bestemmingsomschrijving</titel>
		<objectType>bestemmingsomschrijving</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s156</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>wegen met een beperkte stroomfunctie</li>
				<li>voet- en fietspaden</li>
				<li>bermen</li>
			</ol>
			<p>met daarbij behorende:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li value="4">groenvoorzieningen</li>
				<li>nutsvoorzieningen</li>
				<li>parkeervoorzieningen</li>
				<li>verkeersvoorzieningen, met de daarbij behorende bouwwerken;</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s276">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>125</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>5.2</nummer>
		<titel>Bouwregels</titel>
		<objectType>bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s156</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>uitsluitend toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s275">5.1</imropt:interneVerwijzing> genoemde doeleinden, zoals straatmeubilair, lichtmasten en bruggen ;</li>
				<li>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 m bedragen, met uitzondering van lichtmasten, waarvoor een bouwhoogte van maximaal 10 m is toegestaan.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s157">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>126</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>6</nummer>
		<titel>Water</titel>
		<objectType>bestemming</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s110</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s277">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>127</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>6.1</nummer>
		<titel>Bestemmingsomschrijving</titel>
		<objectType>bestemmingsomschrijving</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s157</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water ten dienste van de waterhuishouding met de daarbij behorende werken en bouwwerken;</li>
				<li>een brug ter plaatse van de functieaanduiding '(br)'.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s278">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>128</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>6.2</nummer>
		<titel>Bouwregels</titel>
		<objectType>bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s157</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan; De maximale hoogte van deze bouwwerken bedraagt 1 m.</p>
			<p></p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s227">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>129</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>7</nummer>
		<titel>Waarde - Archeologie</titel>
		<objectType>dubbelbestemming</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s110</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s279">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>130</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.1</nummer>
		<titel>Bestemmingsomschrijving</titel>
		<objectType>bestemmingsomschrijving</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s227</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s280">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>131</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.2</nummer>
		<titel>Bouwregels</titel>
		<objectType>bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s227</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 7.1 bedoelde bestemming uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van artikel 7.3 vooraf in acht zijn genomen.</p>
			<p>Tevens mogen op deze gronden gebouwen/bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht voor de primaire bestemming(en) als bedoeld in het betreffende bestemmingsplan, mits de bepalingen van artikel 7.3 vooraf in acht zijn genomen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s281">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>132</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.3</nummer>
		<titel>Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</titel>
		<objectType>aanlegvergunning</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s227</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><ol type="lower-alpha">
				<li>Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 250 m²:<ol type="decimal">
						<li>grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;</li>
						<li>het aanleggen of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;</li>
						<li>het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;</li>
						<li>het verlagen van het waterpeil;</li>
						<li>het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;</li>
						<li>het heien van palen en slaan van damwanden;</li>
					</ol>
				</li>
				<li>De aanvrager van een omgevingsvergunning dient bij het indienen van de aanvraag een archeologisch rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld.</li>
				<li>De werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden als bedoeld onder a. zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover deze door die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s284">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>133</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.3.1</nummer>
		<titel>Omgevingsvergunning niet vereist</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s281</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het verbod zoals bedoeld in lid  <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s281">7.3</imropt:interneVerwijzing> is niet van toepassing indien:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;</li>
				<li>de werken of werkzaamheden<ol type="decimal">
						<li>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;</li>
						<li>mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;</li>
					</ol>
				</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s285">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>134</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>7.3.2</nummer>
		<titel>Voorwaarden omgevingsvergunning</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s281</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorwaarden worden verbonden:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;</li>
				<li>de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);</li>
				<li>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);</li>
				<li>de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;</li>
				<li>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s116">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>135</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>3</nummer>
		<titel>Algemene regels</titel>
		<objectType>algemene regels</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s117">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>136</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>8</nummer>
		<titel>Antidubbeltelregel</titel>
		<objectType>antidubbeltelregel</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. </p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s158">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>137</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>9</nummer>
		<titel>Algemene aanduidingsregels</titel>
		<objectType>algemene aanduidingsregels</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s286">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>138</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>9.1</nummer>
		<titel>Vrijwaringszone -Molenbiotoop</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s158</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s287">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>139</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>9.1.1</nummer>
		<titel>Algemeen</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s286</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - Molenbiotoop' gelden met betrekking tot de bouw van bebouwing de volgende voorwaarden:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;</li>
				<li>binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet hoger zijn dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaar van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 30-regel).</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s306">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>140</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>9.1.2</nummer>
		<titel>Uitzondering</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s286</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>In afwijking van het bepaalde in artikel <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s287">9.1.1</imropt:interneVerwijzing> onder b is het oprichten van nieuwe bebouwing mogelijk als:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>er sprake is van een situatie waarin vrije windvang en het zicht op de molen al beperkt zijn door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt, óf;</li>
				<li>zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s245">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>141</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>10</nummer>
		<titel>Algemene bouwregels</titel>
		<objectType>algemene bouwregels</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s246">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>142</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>10.1</nummer>
		<titel>Overschrijding bouwgrenzen</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s245</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,2 m bedraagt.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s247">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>143</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>10.2</nummer>
		<titel>Dakopbouwen t.b.v. noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s245</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,50 m en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw waarop zij worden geplaatst.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s248">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>144</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>10.3</nummer>
		<titel>Ondergronds bouwen</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s245</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s249">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>145</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>10.3.1</nummer>
		<titel>Algemeen</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s248</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen;</li>
				<li>gebouwd mag worden tussen peil en 3,50 m onder peil.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s250">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>146</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>10.3.2</nummer>
		<titel>Afwijken</titel>
		<objectType>sublid</objectType>
		<objectNiveau>5</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s248</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s249">10.3.1</imropt:interneVerwijzing> onder a ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen,met inachtneming van de volgende voorwaarden:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>de hoogte van kelders bedraagt ten hoogste 10 cm beneden peil;</li>
				<li>de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelgrens mag worden gebouwd;</li>
				<li>kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s251">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>147</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>11</nummer>
		<titel>Algemene gebruiksregels</titel>
		<objectType>algemene gebruiksregels</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s252">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>148</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>11.1</nummer>
		<titel>Verbod</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s251</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming en de overige regels. Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;</li>
				<li>een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;</li>
				<li>een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s118">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>149</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>12</nummer>
		<titel>Algemene afwijkingsregels</titel>
		<objectType>algemene ontheffingsregels</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s254">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>150</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>12.1</nummer>
		<titel>Algemene afwijkingsregels ten behoeve van geringe afwijkingen</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s118</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden van deze regels, is het bevoegd gezag bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a, b of c Wabo bevoegd af te wijken van de desbetreffende regels van het plan voor:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>geringe afwijkingen van het plan indien blijkt dat uitsluitend ten gevolge van onnauwkeurigheden in de verbeelding of in deze regels, deze geringe afwijkingen in het belang van een juiste verwerkelijking of toepassing van het plan gewenst of noodzakelijk zijn, of welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein;</li>
				<li>afwijkingen van de bebouwingspercentages en in het plan voorgeschreven maten van ten hoogste 10% (gemeten ten opzichte van de totale in aanmerking te nemen oppervlakte), waarbij de in de bestemmingsregels voorzien afwijkingsmogelijkheden buiten beschouwing blijven;</li>
				<li>de oprichting van niet voor bewoning bestemde gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut, zoals openbare toiletten, telefooncellen, wachthuisjes, (ondergrondse afval)inzamelcontainers, gasreduceerstations, rioolgemalen en transformatorstations, mits het bovengrondse oppervlak van ieder gebouw en ander bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 m² en de hoogte niet meer dan 3 m¹. Het bevoegd gezag houdt onder andere rekening met mogelijke overlast, verkeersveiligheid en ruimtelijke kwaliteit;</li>
				<li>het plaatsen van zendmasten of -antennes voor telecommunicatie rondom infrastructuur dan wel in bebouwd gebied op gebouwen, met uitzondering van plaatsing op of zeer nabij gebouwen waar mensen permanent dan wel veelvuldig verblijven (zoals woongebouwen, basisscholen en dergelijke), tenzij plaatsing buiten een woongebouw redelijkerwijs onmogelijk is. Het bevoegd gezag houdt onder meer rekening met de veiligheid en mogelijke storing van elektronische apparaten zoals televisie, radio en dergelijke.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s256">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>151</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>12.2</nummer>
		<titel>Voorwaarden</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s118</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>De in <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s254">12.1</imropt:interneVerwijzing> genoemde omgevingsvergunningen mogen slechts worden verleed indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Voorts dient de stedenbouwkundige waarde van de omgeving te zijn gewaarborgd.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s119">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>152</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>13</nummer>
		<titel>Algemene wijzigingsregels</titel>
		<objectType>algemene wijzigingsregels</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s116</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s120">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>153</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>13.1</nummer>
		<titel>Algemene wijzigingsbevoegdheid</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s119</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Het bevoegd gezag is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van:</p>
			<ol type="lower-alpha">
				<li>het oprichten van gebouwen ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 150 m³ en een goothoogte van ten hoogste 4 m, dit voor zover deze op grond van <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s118">Artikel 12</imropt:interneVerwijzing> niet kunnen worden gebouwd;</li>
				<li>het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/ of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 3 m mag bedragen en het bestemmingsvlak niet meer dan 10% mag worden vergroot, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding;</li>
				<li>het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s121">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>154</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>4</nummer>
		<titel>Overgangs- en slotregels</titel>
		<objectType>overgangs- en slotregel</objectType>
		<objectNiveau>2</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s2</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s122">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>155</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>14</nummer>
		<titel>Overgangsrecht</titel>
		<objectType>overgangsrecht</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s121</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"></tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s123">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>156</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>14.1</nummer>
		<titel>Overgangsrecht bouwwerken</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s122</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><ol type="lower-alpha">
				<li>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: <ol type="decimal">
						<li>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; </li>
						<li>na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.</li>
					</ol>
				</li>
				<li>Eenmalig kan toestemming worden verleend van lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s123">14.1</imropt:interneVerwijzing> sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 13.1 sub a met maximaal 10%.</li>
				<li>Lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s123">14.1</imropt:interneVerwijzing> sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.</li>
			</ol>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s124">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>157</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>14.2</nummer>
		<titel>Overgangsrecht gebruik</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s122</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><ol type="lower-alpha">
				<li>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.</li>
				<li>Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, als bedoeld onder lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s124">14.2</imropt:interneVerwijzing> onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</li>
				<li>Indien het gebruik, bedoeld in lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s124">14.2</imropt:interneVerwijzing> onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</li>
			</ol>
			<p>Lid <imropt:interneVerwijzing xl:type="simple" xl:href="#NL.IMRO.s124">14.2</imropt:interneVerwijzing> sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s259">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>158</volgnummer>
		<objectLabel></objectLabel>
		<nummer>14.3</nummer>
		<titel>Hardheidsclausule</titel>
		<objectType>lid</objectType>
		<objectNiveau>4</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s122</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Voor zover toepassing van het overgangsrecht bouwwerken of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht toestemming verlenen.</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
	<plantekstObject identificatie="NL.IMRO.s125">
		<plangebied>NL.IMRO.1672.BPHRTweeklank-VG01</plangebied>
		<volgnummer>159</volgnummer>
		<objectLabel>artikel</objectLabel>
		<nummer>15</nummer>
		<titel>Slotregel</titel>
		<objectType>slotregel</objectType>
		<objectNiveau>3</objectNiveau>
		<ouderId>NL.IMRO.s121</ouderId>
		<tekst xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"><p>Deze regels worden aangehaald als:</p>
			<p>Regels van het bestemmingsplan De Tweeklank van de gemeente Rijnwoude.</p>
			<p>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Rijnwoude in zijn openbare raadsvergadering van ……………………….</p>
			<p>De griffier, 			De voorzitter,</p>
			<p></p>
			<p></p>
			<p>....................			....................</p>
		</tekst>
	</plantekstObject>
</plantekst>
